Bevallen en de kraamtijd

En, goed bevallen? Zoveel kreeg ik de vraag nog niet gesteld. Maar ja, ik ben goed bevallen. Voor zover dat kan, pijn doet het altijd. Mijn bevalling was enigszins geregisseerd. Zo wist ik dondersgoed welke verloskamer ik nooit nog wilde betreden. Gewoon op de verlostafel zelf en niet in een bad, ook dat besliste ik vooraf. Op mijn vraag was er ook een kinderarts bij mijn bevalling aanwezig, zodat ze Ellis onmiddellijk grondig konden onderzoeken. Tijdens de gehele arbeid, de bevalling kwam op gang met een inleiding (het vat was op), had ik mijn persoonlijke vroedvrouw en vriendin aan mijn zijde. Mekaar leren kennen tijdens de bevalling van Scott. Ik weet nog steeds niet goed hoe ik haar moet bedanken voor dat gebaar, wat een houvast voor mij op zo’n moeilijke dag! Niet zo heel lang hield ik Ellis op mijn lichaam, dat ze maar vlug checkten of hij oké was. Oef, de keizerlijke duim omhoog van de kinderarts. Hij mag leven. Man, wat was dat een opluchting. Hij had reflexen, hij huilde en hij zag roze en niet paars. Helemaal opgelucht ademhalen lukte niet meteen, nu nog niet. Nooit niet, vrees ik.

IMG_20141211_105000Mijn kraamtijd begon met een baby in een glazen bedje naast mij. Zoveel vreugde, maar vooral ook ongeloof. Kon het deze keer allemaal gewoon goed zijn? In de dagen in het moederhuis heb ik Ellis zoveel geknuffeld. Wat was het zalig dat we nauwelijks bezoek kregen daar. Die rust moet je wel zelf creëren. Pas de dag na de geboorte vertrok ons nieuws de wijde wereld in. In de boodschap las je tussen de regels door dat we intens van de rust genoten. Ook de kaartjes gingen wat later op de bus. Na mijn eerste bevalling van Vasco (een helse tocht) had ik een half trauma over gehouden aan de drukte bij mijn kraambed. Druppeltjesgewijs gaf extra bloed me toen terug wat kleur en energie. Energie om mijn bezoek te woord te staan i.p.v. te cocoonen met mijn baby. Dat wilde ik nooit meer. Daarom kies ik resoluut voor rust aan een kraambed, ik kan dat iedereen aanbevelen.

IMG_20141211_105156Na de cocooning in het moederhuis volgde de kraamtijd thuis. Ook hier stond rust centraal. Geen of weinig bezoekjes. We planden vooraf een babyborrel . Eigenlijk stonden we ook niet te springen voor dat concept, maar achteraf bekeken zijn we zo tevreden over alle keuzes die we hebben gemaakt. Onze kraamtijd was heel intens: een periode van genieten, maar ook van verdrieten. Ellis zijn geboortefeestje was de kers op de taart van ons geluk. Vrienden, familie, collega’s en buren samen. Allemaal met veel lieve woorden voor ons en voor onze kinderen. Dat ze zo blij zijn, dat we dit zo verdienden.

Zonder het verhaal van Scott was Ellis er niet geweest. Zonder dat verdriet hadden we dit nieuwe geluk niet gekend. Baby’s na verlies noemen ze terecht ‘rainbowbaby’s’. You can’t have a rainbow without a little rain.

Advertenties

Verlanglijstje

September 2014 wordt gewoon keihard de beste maand van het jaar! Dat moet wel.
Met onze D-day in zicht, begin ik nu toch heel hard te verlangen. Dromen en piekeren wisselen mekaar constant af. Tijd om het accent hier eens te leggen op de meest zweverige van de twee.

-O-, wat verlang ik… (houd u vast, er volgt echt een lijst!):

– … naar het moment waarop ik ’s morgens zorgeloos kan ontwaken. Mezelf richting het kleinste kamertje begeef (en niet waggel) om vervolgens te genieten van de eerste vijf minuten rust van de dag. Liefst zonder met mijn hoofd boven de pot te hangen, dat heb ik nu na bijna negen maanden echt wel gehad.
– … om gewoon te kunnen eten. Eten lijkt nu vaak het redmiddel om niet om te vallen van de honger, ik vind het echt niet fijn om zoveel te eten tegen de honger. Klinkt wel gek he? ’t Schijnt mijn stofwisseling te zijn en misschien ook wel dat ene chocolaatje te veel, zo nu en dan. Ik durf niet eens te zeggen welk cijfer er tegenwoordig op de weegschaal verschijnt.
– … naar dat mooie jurkje in de etalage. Gedaan met windowshoppen. Een leuke jeans, een speelse gilet, schoenen! Sinds juni draag ik constant mijn ‘Birki’s’ (thank God for them), de riempjes vroegen onlangs om een extra gaatje… ze begonnen door te scheuren. OMG! Bigfoot mama in town. 
– … naar Josfien in haar eigen lichaam. Echt waar, ik voel me een olifant. Fysiek, maar ook omdat een olifant een draagtijd heeft van bijna 22 maanden. Alsof ik sinds april 2012 zwanger ben, zo voelt het voor mij. Na Scotts geboorte en al zeker na zijn dood heb ik nooit de indruk gehad dat ik ontzwangerde. In mijn onderbewustzijn bleef die kinderwens gewoon heel erg bovendrijven, weet ik nu. Ik herinner me in de eerste maanden na zijn dood dat ik het erg moeilijk had met mijn lichaam. Het droeg alle sporen van een zwangerschap, maar er was geen baby meer. Daardoor kostte het me ook erg veel moeite om in dat jaar de focus op ‘gezond en fit’ te leggen. Alsof mijn lichaam het enige litteken was, het bewijs dat hij er echt was geweest.
– … naar het gesmek en gehuil van een baby die honger heeft. Mijn baby. Mijn zoon. 
– … om alle ‘ieniemieniekleertjes’ te wassen, opnieuw en opnieuw! Ik heb nu een droogkast, laat maar komen!
– … om het verlossende antwoordberichtje te krijgen. “Proficiat!! Yes, nooit meer zwanger nu!” Wat wens ik de zender van dat sms’je zo hard alle zwangerschapskwalen waar ik haar de laatste jaren mee bestookt heb toe. Met oneindig veel begrip en respect voor haar. Ze leerde me dat -nog geen moeder zijn- ook een verdomd lastig rouwproces is. Ik duim en bid en hoop!
– … naar het verlossende gehuil. Wat ben ik bang, dat het uitblijft. Misschien hoor ik het zelfs niet, omdat ik zo in het moment vast zal zitten. En toch, laat maar komen!
– … om bovenal terug gelukkig te zijn. Dat ben ik wel, maar ik ben niet gerust. Gewoon kunnen berusten in het gevoel compleet te zijn. 
Al is compleet nooit echt nog compleet.




*zen*

Maandag start het eerste trimester. Een nieuw begin. Dit schooljaar betekent 1 september voor mij het doorspartelen van het derde trimester van mijn zwangerschap. Als ik nu nog eens mijn best kon doen om zeker een goed rapport te behalen.

Helaas, ik heb zelf niks in handen. Stress overmant mij, het is echt akelig. Natuurlijk had ik verwacht dat de laatste weken spannend zouden worden, maar deze angsten en onzekerheden had ik niet zien aankomen.

Al dagen heb ik kloppende hoofdpijn. Net als elke andere zwangere vrouw betekent de nacht nu plots het moment om oneindig veel te plassen en te piekeren. Hoofdpijn en vermoeidheid dus, die twee versterken mekaar vrees ik. Ik probeer rust te vinden, maar dat lukt me gewoon niet. Mijn hart bonkt de hele dag door. Energiepeil staat dicht bij nul, zorgen voor mijn allergrootste schat is nu zelfs heel moeilijk. Wat voel ik me daardoor ook erg schuldig.
Niemand die mij kan verzekeren dat alles goed komt. De echo’s en consultaties, waar ik wel steeds naar uitkijk (en nog nerveuzer door word), kunnen mij nooit echt geruststellen. “De vorige keer” was alles altijd goed and in the end… dat verhaal kennen we.

Boeken lezen lukt me niet goed, die hoofdpijn zit dwars. Onlangs ben ik ook gestart met haken, dat begint wel een beetje te lukken. Eigenlijk is dat het enige wat mijn hoofd tegenwoordig wat leeg maakt, steken tellen.

5 vaste steken – 4 losse – 2 halve vaste- een stokje – een half stokje…

36 weken en 1 dag ben ik nu zwanger. Dat betekent dat het geen volle vier weken meer zijn tot mijn uitgerekende dag. En zo ben ik opnieuw aan het tellen.
Op- en aftellen. Elke dag. 
Zou tellen een vorm van yoga zijn?


Als en slechts dan als

Ondertussen 25 weken zwanger. ‘Fjiew’!
Maar wat een tegenstrijdig gevoel besluipt mij soms. Ook al is de baby heel (heel erg!!) zichtbaar onderweg, het lijkt voor mij een eeuwige utopie.
Dat we stilaan echt ons huis terug babyproof moeten maken, dat is zo moeilijk. De baby is uiteraard ongelooflijk welkom. Maar het wiskundige ‘als en slechts dan als’-gevoel neemt zo vaak de bovenhand.
Als de baby er is, dan…
Als de baby gezond is, dan…
Als Vasco dan een broer heeft, dan …
Als we dan thuis zijn met onze baby, dan…

Eerst zien en dan geloven, zo is het. Misschien is dat wel het moeilijkste aan deze zwangerschap: niet kunnen geloven dat het deze keer wel goed kan gaan. Onze zoon schopt er meer en meer op los, en zelfs dat kan mij heel moeilijk sussen.

Nog nooit was ik in de zwangerschap zo blij om ’s nachts wakker te liggen en geweld in mijn buik te voelen. Nog nooit zal ik zo blij zijn geweest om onderbroken nachten te hebben. Een baby die huilt en ons roept, dat gevoel kregen we de vorige keer niet.
Als en slechts dan als…

Veerkracht

Je kan blijven baantjes trekken in het ondiepe. Heen en weer terug. Wie niet springt, leert nooit zwemmen. We sprongen, heel diep! Ongeveer een jaar na Scotts geboorte ben ik opnieuw zwanger geworden.

De eerste weken verliepen opnieuw verschrikkelijk. Alles voelde voor mij meteen als een heel herkenbare zwangerschap; het woord ‘braken’ vat alles samen. Momenteel ben ik (al) twintig weken in ‘blijde’ verwachting van onze derde spruit. Zoals verwacht komt de angst vaak eens op bezoek. Weeën kun je wegpuffen, maar dit… Ach, de kwaaltjes lijken minder erg dan de vorige keren. Al zeur en klaag ik de dagen soms eens vol. Mag het?
Hoe hebben we dit in hemelsnaam nogmaals aangedurfd? Dat vraag ik me nu elke dag af. Gelukkig bestaat er geen ‘rewindknop’, ik drukte hem zeker tientallen keren in. We zitten er in en er bestaat maar één weg: die van de hoop en de toekomst.
Stilaan vermoed ik dat hoe dieper je valt, hoe hoger je terug kan vliegen. Misschien val je nog eens, maar dan weet je hoe je je vleugels weer moet openslaan. Zou dat het zijn? De ervaring van de tegenslag die de weg naar het geluk zichtbaar maakt?

De veerkracht, het naar beneden dwarrelen en weer voorzichtig opgeworpen worden, is wellicht mijn grote bron van herstel bij ons verlies. Je past je aan, je zet door, raapt de brokstukken op en knutselt het tot een geheel, een nieuw weliswaar. Je veert verder, ups and downs. Zo gaat het en niet anders. Hoe lichter je bent, hoe gemakkelijker het gaat.

Lucht en lacht. Zo las ik het in onderstaand gedicht. Bedankt Geert De Kockere, vaak verwoord je de onuitspreekbare dingen op zo’n heldere manier.

Sommigen reizen
met het verleden op hun rug.
Als een zware rugzak
die ze voortdurend opendoen.
Om te zien of alles
er nog wel is.
 
Ze komen nauwelijks vooruit.
 
Reis licht.
En lucht.
En lacht.
 
Dat veert zoveel mooier.
En verder
 
G. De Kockere

  

Altijd een kind te kort

“Oei, ik groei” was mijn bijbel bij de eerste maanden met Vasco. Wanneer je de pedalen dreigt te verliezen, lees je wel tien getuigenissen van moeders die hetzelfde voor hebben. En het komt altijd weer goed, het behoort tot de normale ontwikkeling. Als je een kind verliest, sta je er alleen voor. Meer en meer realiseer ik me dat er mij nagenoeg geen zwemboeien werden aangereikt. Niet van mijn gynaecoloog, niet vanuit het ziekenhuis. Alleen mijn huisarts vraagt bij elke consultatie hoe het gaat. Zwemmen of verzuipen dus.

Tot ik enkele weken geleden pardoes op het internet viel op dit boek: ‘Altijd een kind te kort, handboek bij zwangerschap na babysterfte.’
Ik hoor u denken: ‘Is Jos zwanger?’ Neen, helemaal niet.
Of ik daarmee bezig ben? Elke dag, elke minuut. Ons kind is weg, maar onze kinderwens niet. Wanneer ik het ‘plan’ te zijn? Een kind kopen dat doe je niet zomaar, en ik al helemaal niet meer.

Maar ik heb alvast een nieuwe bijbel, hij is goud waard! Jeanette Rietberg, helaas ervaringsdeskundige, schreef dit boek om andere moeders (en hun omgeving) een inspiratiebron te bieden. Een zwangerschap na babysterfte is geen normale zwangerschap. In het boek praat de auteur met negen moeders. Ze vertellen over hun angsten, hun moed om het opnieuw te durven en het steeds verder sluipende rouwproces. Ongelooflijk hoe herkenbaar dit allemaal voor mij is. Zo dankbaar ben ik dat zo’n gebeurtenissen mensen ertoe aanzet om plots zelf reddingsboei te worden. Bedankt, Jeanette. Ik weet nu al dat jouw boek mij ‘draagt’. Het ligt op mijn nachtkastje. Soms weken onaangetast en dan slorp ik ineens hoofdstuk na hoofdstuk weer op.



Ik besluit met een citaat van Jane Warland (uit Altijd een kind te kort)
(You can’t win me).

Je kunt het niet goed doen.

Als je me vraagt ‘hoe gaat het met je’ goedbedoeld en met sympathie in je stem. Dan antwoord ik: ‘het gaat wel’ en probeer ik je te ontlopen, want vandaag over mijn verlies praten is gewoon te pijnlijk.
Als je me ziet en het juist niet hebt over het verlies dat volledig mijn gedachten beheerst, dan denk ik dat het je niet kan schelen of dat je bang bent om het er over te hebben omdat het mij misschien van streek maakt.

Je kunt het niet goed doen.

Als je zegt: ‘Het spijt me dat je baby overleden is’ dan vind ik het moeilijk om daarop te antwoorden.
Wat verwacht je dat ik daarop zal zeggen?
Ik wil zeggen: ‘Het spijt me ook’ of ‘Het is afschuwelijk’.
Maar toch zal ik dat niet doen want ik wil niet van streek raken vandaag, niet waar jij bij bent.
Dus ik antwoord: ‘Dankjewel’.

Die dank betekent zoveel meer dan dat.
Het betekent dat ik je bedank dat je om me geeft, dat je me probeert te helpen en het betekent dat ik je bedank dat ik nog steeds verdriet heb.
En als je niet weet wat je moet zeggen dan is dat oké want ik weet ook niet wat ik tegen jou moet zeggen.
Als je me ziet glimlachen of lachen, ga er dan niet vanuit dat ik mijn baby op dat moment vergeten ben.
Dat ben ik niet, dat kan ik niet, en dat zal ik nooit.
Vertel me dat ik er goed uitzie vandaag.
Ik zal begrijpen hoe je het bedoelt.
Ik begin er goed in te raken om niet gesproken boodschappen van jou op te pikken.
Vandaag is misschien wel een jaardag voor me of is er misschien wel iets dat een golf aan rouw bij me veroorzaakt heeft.
Als je niets zegt dan zal ik denken dat je niet om me geeft maar als je wel iets zegt dan ga ik mij misschien wel vervelender voelen.
Je kunt proberen of ik erover wil praten maar wees niet verbaasd als ik nee zeg.

Je kunt het niet goed doen.

Geef alsjeblieft niet met mij op, geef niet op.
Ik heb behoefte aan je pogingen, hoe zwak of afgezaagd ze ook zijn.
Ik heb behoefte aan je medeleven.
Ik heb behoefte aan je gebed.
Ik heb behoefte aan je liefde.
Ik heb behoefte aan je volharding.
Ik heb daar allemaal behoefte aan maar nog meer wil ik als normaal worden behandeld, zoals het was voordat dit allemaal gebeurde.
Maar ik weet dat dit niet mogelijk is.
Die zorgeloze naïeve persoon is voor altijd verdwenen en ook dat verlies betreur ik.

Dus je kunt het niet goed doen.