Persoonlijke ode aan de ode – Last Post

Ik was elf toen hij stierf. Onder de Menenpoort hield men een speciale Last Post ter ere van hem. En op het kerkhof bij de graflegging klonk beklijvend zijn klaroengeschal. Als kleine meisje klonken de verhalen over het handjes schudden met de paus, the Queen, onze koning en koningin… best indrukwekkend. Maar het engagement van het zo goed als dagelijks ode brengen aan al die gesneuvelde soldaten, dat drong toen niet zo door.

Gisteren zag ik hem in oude beelden terug op televisie n.a.v. de dertigduizendste Last Post in de ‘Ode aan de ode’. Ik herkende hem meteen, want mijn vader lijkt steeds meer een evenbeeld. In een flits dreven jeugdherinneringen boven. Hoe wij doordeweeks eens gingen luisteren of op speciale gelegenheden met de familie present tekenden, als trouwe supporters.

In mijn jeugd kon je rond acht uur gemakkelijk met je fiets de Menenpoort door, daar stond nooit echt veel volk. Vandaag is het lang voor acht uur een drukte van jewelste, toeristen reserveren er hun plekje met beste uitzicht op het spektakel. Ik kan zelfs niet meer zeggen hoe lang het is geleden dat ik er nog stond. De grote oorlog ligt in onze tuinen, letterlijk. Ook wij vonden een obus bij het bouwen van ons huis. Je groeit op in een landschap vol met graven en je vindt dat normaal. Maar dat is het niet en dat mag het nooit zijn. “We will remember them.” Hoe ouder ik word, hoe meer het me daagt.

Mijn pepe blies 50 jaar lang een heel indrukwekkend geluid. Gisteren beklijfde het opnieuw. Trots ben ik dan ook een van zijn kleinkinderen te zijn. Petje af, pepe!

last post

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daniel, helemaal rechts op de foto.

De Last Post, een sterke traditie ( fragment Het journaal)
Pepe Daniel, met zijn trouwe brommertje (de rechtse van de twee) van 1945 tot 1995 steeds present!

Advertenties

Carnavalstress bij moeders

Vorig jaar hadden we voor het eerst een schoolgaand kind. Wat klopt dat eeuwige cliché toch: “Ze gaan nogal veranderen, eens ze naar school gaan.” Wat hield ik van die verandering. Vasco’s eenzijdige woordenschat ontpopte zich stilaan tot een literair allegaartje. Hij leerde er dat je niet altijd mag roepen (leerde het wel, doet het niet altijd). Plots schuifelde hij naar het kleinste kamertje en riep vervolgens:”Mama, je hoeft niet te komen, ik kan dat al zelf!” Zijn potloden werden potloden en niet langer speren. Als moeder profiteer je mee van al dit leuks, je kleuter wordt zelfstandig en jij krijgt meer tijd. Winwin.

Tot…
er in het heen- en weerschriftje op vrijdag voor het weekend een verslagje van de voorbije week staat. Zalig om te lezen wat die kleintjes zoal mogen doen. Maar die kleintjes hebben heel wat nodig om mee aan de slag te gaan. Twee dagen hebben we telkens om het gevraagde goed te vinden. Lege roomflesjes, botervlootjes, lange en korte kartonnen rollen, een houten plankje van 40 bij 40cm, een lege doos met deksel, een tijdschrift voor papa’s, kettingen en armbanden, een geel speelgoedje, een rood speelgoedje, een blauw… Voor deze week was het een stok van ongeveer 40 cm. Een stok! Wat is dat dan? Rond? In hout of in metaal? We hadden hier niets liggen dat daarvoor kon doorgaan. Tot we een Ikea-rekje bestudeerden en daar een stok zagen in het geheel. Demonteren et voila. Oef, onze kleuter heeft zijn gevraagde stok en kan aan de slag. Wij blijven met een onvolledig Ikea-stuk over. Misschien komt de stok wel ongeschonden terug. In een onbewaakt moment wordt het knutselwerk na enige tijd dan gedemonteerd. Winwin.
image

En aangezien we de laatste lesweek voor de krokusvakantie zijn, betekent het dat er vrijdag carnaval op school wordt gevierd! Aaaah jaa, ik weet dat! Vorig jaar ons serieus laten vangen. Hier in Ieper is carnaval geen traditie, maar in kleuterscholen dus wel. Twee dagen hadden we om een carnavalsoutfit te scoren. Vijf winkels later een leeuwenpakje mee naar huis. Op vrijdagmorgen ontdekten we dat er wel nog leeuwen brulden op de speelplaats. Vasco’s hart brak en het onze ook. Dit jaar wilde hij geen leeuw meer zijn, want de vorige keer was er ook een leeuw in zijn klas en DAT WAS NIET FIJN! Op tijd onze carnavalsqueeste begonnen dus.

Pinterest (forever love) afgeschuimd en toch heel wat leuke en vooral gemakkelijke outfits gevonden. Mickey is een hit in ons huis en gelukkig vrij simpel te maken. Er kwam slechts een klein beetje naaiwerk aan te pas. Oef, want moeder is een kluns op dat vlak. De juiste onderdelen bij mekaar zoeken vergde wel wat onderzoek. Het rode shortje van Mundo Melocoton bestelde ik via de leuke webwinkel Blabloom. Witte Flockfolie in de lokale hobbywinkel. Witte turnschoentjes vond ik in de Shoediscount en als bij wonder liep ik daar pardoes op een rek waar de kleine witte handschoentjes zich ergens achteraan verstopten. Met textielverf (bij Veritas) waste ik de pantoffels in de wasmachine en zo kregen ze een leuke,egale gele kleur. In de Zeeman speurde ik naar een kinderdiadeem en kocht er ook een zwarte fleecesjaal die ik dan kon verknippen tot Mickeystaart en- oren. Een zwarte legging en longsleeve vind je bijvoorbeeld voordelig in de Hema. Enkel de broek en de oren vergen wat knutselwerk.

Supercute vind ik mijn Mickey Mouse! Mijn hartje smelt dit jaar.

 

(De MM-oren maak je door twee cirkels uit karton te snijden. Het karton vervolgens tussen de zwarte stof leggen en met een lijmpistool bevestigen. Met een klein rechthoekig stukje karton kleef je de oren op de diadeem. Je windt er nog een strook zwarte stof om en bevestigt het aan de uiteinden).

Ondertussen in de babycocon

DSC_0670Nog zes dagen en Ellis wordt kop vijf maanden oud. Vijf! Voor mij voelt het alsof ik gisteren nog in de verloskamer lag. Mijn dag bestaat dan ook vooral uit Ellis, mijn huishouden en Facebook. Een bewuste keuze om mijn ouderschapsverlof op te nemen, dus je hoort me niet klagen. Pas na de paasvakantie moet ik terug voor de klas. Ondertussen geniet ik van het niet moeten. Ik moet me amper haasten. Ik moet ’s morgens niet vroeg opstaan (mijn man is een nieuwe man) en kan onderbrekingen ’s nachts zo recupereren. Ik moet in het weekend niet denken aan toetsen opstellen of verbeteren. Ik moet ook geen opvang regelen voor Vasco. Ik ben de opvang.

Op een moment na is de borstvoeding zo goed als afgebouwd. Energie stroomt door mijn lichaam! ’s Morgens voel ik me echt fitter. Ik heb minder honger! En bovenal is mijn lichaam terug van mij. De kilo’s vliegen er voorlopig nog steeds niet af. Gestaag maar traag. Ik pas soms eens een topjeansbroek (zo’n broek die je alleen aan kan als je scherp staat). Momenteel trek ik hem al nipt over mijn billen. Kleren passen werkt meer motiverend dan die verdomde wispelturige weegschaal. Hardlopen is helaas weer stilgevallen. De griep stak er een stokje voor en ik heb de stok nog niet terug opgeraapt. Maar ik wil de draad oppikken waar ik was gecrasht, bij lesje vier dus.

zittenEllis doet het heel goed. Hij is een rustige baby. Eigenlijk hoor ik hem zelfs wat weinig naar mijn goesting. Het park wordt zijn habitat nu. Bijna belandt hij rollend op zijn buik. Rollebollen met zijn knuffels is het liefste wat hij doet. Een keer zag ik hem zelf gaan zitten in de sitter. Dat is vroeg, maar een teken dat het er zit aan te komen. Een zittende baby. Een kruipende baby. Een lopende baby! Al die mijlpalen komen op ons af. Seizoen Scott is nog volop bezig en daardoor misschien dat ik terug meer let op al die wonderlijke stapjes. Eenvoudig, been voor been.

Gedichtendag 2015 – Neem

Vorig jaar koos ik het gedicht Je naam.  Ode aan Scott.
Vandaag kies ik voor Neem. Omdat liefde spieren geeft en op den duur ook vuur ( quote Bart Moeyaert).

bosrandFoto Daan van Os

Neem

Neem een man, neem een vrouw.
Neem mij, neem jou. En laat
ons binnen een jaar of dertig
nog eens op deze zelfde plek
komen staan en nog eens kijken
naar diezelfde bosrand en nog
eens zoeken naar elkaars even
koude hand en denken: ja

Marc Tritsmans
Uit: Van aarde, Lannoo, 1999

 

2014 in 4 beelden

cupcakeOns jaar begon in Antwerpen, een uitje met ons twee. Daar voelde ik voor het eerst een speciale gloed over me heen. ’t Was in de cinema tijdens onze eerste film van het jaar – The wolf of Wall Street- dat ik een opvlieger en een klein angstaanvalletje gepaard met een bloeddrukdaling kreeg. Tot ergernis van mijn cinefiele wederhelft die zo zijn aandacht moest verdelen tussen de film en zijn aanstellerige vrouw (wisten wij toen veel). Behalve dit voorval wel ontzettend genoten van deze trip, waar alles nog smaakte en ik nog niet met mijn hoofd boven het toilet hing.

zomerVanaf maart braakte ik erop los, met enkele weken rust thuis als gevolg. Deze keer vlug aan de alarmbel getrokken of ik belandde terug aan een infuus in het ziekenhuis. Eigenlijk vlogen de weken voorbij en op automatische piloot ging ik zwanger de zomer in. Deze foto illustreert prachtig mijn vakantiemodus. Vooral in juli was het vaak broeierig heet. Ons zwembadje in de tuin bood een beetje soelaas. Overdag nestelde ik mij in de zetel met de ventilator non-stop op mijn zwetende zwangere massa gericht.

16septEventjes getwijfeld. Maar deze is vanzelfsprekend mijn beeld van het voorbije jaar. Het hoeft weinig woorden. De eerste negen maanden van 2014 stonden gelijk aan stress en angst. Op 16 september brak de hemel open.

humorDeze herfst heb ik vooral genoten van ons gevulde huis. Van de vele wasjes, de warmte onder een dekentje, de kakofonie van een opstandige kleuter en babygehuil. Ons weekendje weg naar Zeeland, voor het eerst met vier. Humor hield ons in de donkerste dagen nog een beetje overeind. Dat is en blijft ons grootste wapen tegen een val in het diepe.

Voor 2015 hoop ik op vijftien kilogram minder Josfien. Doorbijten wordt het werkwoord van volgend jaar, al zal het niet in veel cupcakes zijn. Hopelijk net als in 2014, weinig of zelfs geen ziekenhuisverblijven. Een goede gezondheid, dat is echt het enige wat telt. En weinig wolken – voor iedereen. Tot volgend jaar!

 

 

Over 30 jaar worden – 3 accenten

In november (remember remember the 5th of…) ben ik dertig jaar geworden. Eerlijk? Ik keek daar niet echt naar uit. Toeval bestaat niet (?), maar ik bracht die dag ellendig ziek door in bed. Als ik de balans opmaak van de voorbije tien jaar, dan heb ik vooral getimmerd aan onze toekomst (een huis, een job, een gezin) en een redelijke aanslag op mijn lichaam gepleegd (drie zwangerschappen in vier jaar tijd). Dertig worden lijkt me mooi om wat nieuwe accenten te leggen.

newyork1 Een gezonde geest in een gezond lichaam
Met de komst van Ellis is de zware hypotheek van mijn kinderwens verdwenen. Eindelijk kan ik weer verder, plannen en dromen. Wel wat werk aan de winkel, ehum. Mijn BMI kent vandaag hetzelfde getal als mijn leeftijd. Oké, negen maanden zwanger en negen maanden ontzwangeren. Maar ik verstop me beter niet te lang achter dat excuus. Gewoon veel meer groenten en fruit eten en of course veel en veeeel minder chocolade, koekjes, chips. Nu wel voldoende tijd om te koken, bewust te kopen en lekkere recepten te zoeken. Mijn stoofpotje van kip staat te pruttelen…
Start to run, all over again. Ooit – voor walvistransformaties- liep ik 8 km. Ik was daar trots op. Na Vasco opnieuw begonnen, toen rende ik nog rondjes van 5 km. Na Scott slechts een paar keer een poging gewaagd. Nu heb ik ambitie om te starten en niet meer stil te vallen. Die tocht en de hindernissen, ik schrijf er vast nog over.

 2 Investeren in vrienden, familie en mijn gezin
Een zwangere Josfien is niet eens een halve Josfien. Dat kon je hier al lezen. Zo blij dat ik dat nooit meer hoef te zijn. Zwanger kom ik mijn huis niet uit. Zwanger smaakt me niks. Zwanger ben ik een klagend ellendig mens. Anderhalf jaar van Vasco’s leven was ik mezelf niet. Veel energie om te moederen was er niet altijd. Daarom. Meer tijd voor mijn gezin. Samen erop uit en vaker een weekendje weg. Stiekem terugdenken aan mijn studentenmotto: minimale inzet – maximaal rendement. Uitjes met vrienden en vriendschappen onderhouden, want daarin moet je blijven investeren.

 3 Dromen waarmaken
Life’s too short, yep ’t is een cliché maar een waarheid als een koe. New York staat ergens bovenaan onze to-dolijst (Japan ook, maar we overdrijven beter niet). Voor mijn veertigste wil ik daar absoluut met David heen. Berlijn, Londen en Kopenhagen vullen dat lijstje aan. Wij zijn stadsmensen en houden ontzettend van de sfeer in metropolen. Dat staat eventjes on hold, met een baby (’t is te zeggen zijn kinderwagen) is dat niet evident. Al hoop ik in maart Parijs te verkennen met onze oudste zoon, hij wil zo graag die Eiffeltoren eens in het echt zien!

Mijn grootste droom wieg ik in mijn armen en daar wil ik bewust van genieten, zoveel als het maar kan.

’t Hoeveelste ist?

Overal waar ik tegenwoordig beland, krijg ik bijna onvermijdelijk dé vraag: en ’t hoeveelste ist? Dat komt door de kinderwagen aan mijn hand. Precies of wij vragen dat om de moeder te quoteren. Moeder van een, twee, drie of meer kinderen. Het een is blijkbaar het ander niet.

zeelandSowieso is het een lastige vraag voor me. Mijn antwoord hangt af van mijn gemoed. Meestal zeg ik het zoals het is: hij is mijn derde, maar ik ben eentje verloren. Op onbekend terrein zeg ik vaak gewoon drie. En als ik een slechte dag heb en geen zin in vragen of compassie, antwoord ik twee. Maar dat is moeilijk, want ik krijg dat amper over mijn lippen. Dat voelt alsof ik lieg en het korte leven van Scott ontken.

‘t Blijft een heel vervelende vraag en mijn eerlijkste antwoord creëert vooral een ongemakkelijk gevoel bij de vraagsteller. Dan doet het er niet meer toe hoeveel kinderen ik nu eigenlijk heb. Dan is het een plots écht het ander niet.