Mijn kind leert lezen!

In juni kreeg Vasco zijn diploma en was hij officieel kleuter af. Ik trots en hij fier als een gieter. In de zomervakantie hebben we er verder niet veel ‘tralala’ van gemaakt. Dat eerste leerjaar was gewoon welkom. Hij keek al langer nieuwsgierig naar letters en cijfers. “Mama, ik heb eens in mijn bed tot 362 geteld.”

In de laatste vakantieweek bezweek ik plots toch aan de back-to-schoolstress, want de zoon had nog geen boekentas. De laatste zondag voor de start van het schooljaar holden we laat in de vooravond naar de Zwarte Berg, ei zo na in Frankrijk. Want ik herinnerde me dat mijn moeder onze boekentassen daar vaak kocht en voor een vleugje nostalgie ga ik overstag. De immense sjakossenwinkel bestaat nog steeds, maar groter en moderner dan toen. Vasco mocht kiezen en pikte er een heerlijk klassiek model uit. Niet te groot, zo brengen we niemand op het idee dat daar veel huiswerk in moet.

Intussen is hij nu al 2 weken een lagereschoolkind. Ik heb de indruk dat hij de overstap goed verteert. Op maandag, dinsdag en donderdag heeft hij huiswerk mee. We spraken af dat hij na school eerst iets eet en dan onmiddellijk aan zijn taak begint. Zowel bij ons als bij oma geldt die regel. Structuur helpt hem die attitude te automatiseren.

Voorlopig is hij enthousiast en werkt hij gretig aan de opdracht. Alleen het oefenen in zijn leesboek van school loopt stroef. Vasco heeft leeshonger en hunkert naar verhalen! Geen ik, An en Uk. Over die lettervrienden hoort hij alles op school. Hij ervaart geen plezier als hij diezelfde woorden ’s avonds moet herkauwen. Daarom lezen we thuis samen (voor) in mooie, recente leesboeken. Ik wijs woord per woord aan met mijn vinger. Hij hakt en plakt. Struikelt en ploegt zich door woorden die klanken bevatten die hij nog niet kent uit de klas. Maar er is een verhaal en dat motiveert. Na een 3-tal zinnen neem ik het van hem over en leunt hij genietend tegen me aan. Zo lezen we elke avond 2 bladzijden uit zijn allereerste leesboek ‘Hond in het huis van Wolf’. Klank voor klank. Woord voor woord. Thuis dus stiekem niet aan de slag met de letters uit de schatkist. Wel helemaal relax luisterend naar een zelfgekozen verhaal. Lezen is leuk!

Uitgeverij Lannoo wakkert leesplezier graag mee aan. Daarom mag ik 3 exemplaren van het leesboekje ‘Hond in het huis van Wolf’ weggeven.

Hoe maak je kans?
Beloof hieronder plechtig dat je veel en vaak blijft voorlezen aan je kroost. Want alleen zo verspreidt het leesvirus zich steeds verder. Doen!

(Woensdag 20 september maak ik de winnaars bekend op de Facebookpagina van deze blog.)

Advertenties

Hoera voor de ‘échte’ leraar

Welke leraar verandert een leven? Mama Lies schreef een prachtige tekst op haar blog. Ga lezen, schoon! Maar wie veranderde mijn leven? Wie drong tot mij door? Wie gaf mij het gevoel dat ik iets kon betekenen voor iemand anders? Wie maakte van mij een betere mens én een leraar die ik – toen ik het als puber thuis heel moeilijk had- zelf te weinig had gekend?

Na het 6de jaar menswetenschappen had ik geen benul van welke richting ik verder wilde uitgaan. Ik was creatief. Ik dacht toen nog dat ik kon tekenen. En mijn beste jeugdvriendin Laurence ging ook binnenhuisinrichting volgen aan het KASK in Gent. Huizen inrichten, dat zou mijn toekomst worden.

Na welgeteld 1 les atelier ben ik naar de balie van de hogeschool gestapt. “Ik wil mij graag uitschrijven”. Waarop de mevrouw: “Maar meisje, ik heb daar de documenten nog niet voor klaargelegd en ik weet niet of ik jouw inschrijvingsgeld terug zal kunnen geven.” Een telefoontje naar huis met een furieuze vader aan de andere kant van de lijn. Een maand ben ik toen thuis gebleven. Huilend en twijfelend. Niet wetend wat ik moest gaan doen.

In de eerste graad aso verliep alles goed. Ik behaalde ‘mooie’ resultaten. Ik was zelfs eens de eerste van de klas voor wiskunde (!). Ik werkte me niet te pletter, maar ik studeerde wel voor de proefwerken. Vanaf het 3de middelbaar kwam ik daar niet meer mee weg. Ik sloeg amper nog een boek open en vond school saai. Na het 4de jaar kreeg ik een b-attest op mijn bord. Voor alle aso-richtingen geclausuleerd, behalve voor menswetenschappen. Want die richting bood mijn school niet aan. Dus ik met de trein naar Menen om menswetenschappen te volgen in het Sint-Aloysiuscollege.

Dat werd mijn school van de tweede kans. In onze klas zaten een aantal leerlingen met ‘mijn profiel’. Creatief, dromers en dikwijls ook geëngageerd. Meneer Valcke in het 5de was de leraar die mij wakker schudde. In plaats van een attest met wat ik allemaal niet kon, gaf hij me een rapport waarop stond waar ik wel goed in was. Ik kon goede zinnen schrijven. Misschien moest ik iets doen met dat talent. En hij had gelijk, maar ik heb niet geluisterd. Want ik dacht dat echt dat ik beter kon tekenen dan schrijven.

Een bierviltje heeft me uiteindelijk in de lerarenopleiding gebracht. In een dorpscafé had ik samen met mijn kotgenoot 4 studierichtingen opgeschreven. Een lotje trek later schreef ik me in aan de Arteveldehogeschool voor een bachelor secundair onderwijs Nederlands, geschiedenis en godsdienst. Zonder onderwijsinteresse, zonder missie. Op goed geluk.

En daar kwam ik ze tegen. De leraar die mij richting gaf. Die mij inspireerde. Die de leraar in mij aanwakkerde. Zij was zo echt. Zo authentiek. Een godsdienstleraar vervult een gsm-functie: je bent getuige, moderator en specialist. Uit een les godsdienst van docent Lies Boucquet kwam ik bevlogen buiten. Ik haal mij haarscherp anekdotes van haar voor de geest. Hoe ze vertelde wat geloven voor haar betekende. Welke invulling geloof kreeg toen ze haar dochtertje zag vechten in een couveuse. Ik heb daar als mens zoveel aan gehad. Aan haar getuige zijn. En geleerd hoe ik een getuige kon zijn voor mijn leerlingen. Bedankt voor dat inzicht.

Help je mee een waarderende wind te laten waaien voor al die enthousiaste leraren die het verschil kunnen maken voor iemand?
Kruip ook in je pen en/of nomineer jouw Leraar van het Jaar!

Verdriet in de lucht

Ik dacht dat ik de dag beter door zou komen. Dat het na 4 jaar wel zou meevallen. Dat ik het deksel op de pot verdriet stevig genoeg had dichtgedraaid. Luchtdicht verpakt. Maar zo werkt het dus niet. Want tranen willen rollen. En verdriet hapt naar zuurstof.

“Het is het vreselijkste wat ik ooit heb meegemaakt”, reageerde Sergio Herman deze week na het verlies van zijn zoon. Ik las zijn woorden en ik voelde ze. 

In de eerste maanden na het overlijden van Scott proefde het leven zo rauw. Kwam ik toen bij zijn graf, dan was ik bijna opgelucht dat er nog een kindergraf was bijgekomen: oef, ik was niet alleen. 

Maar tijd heelt. Ik eis al minder mijn recht op geluk dan 4 jaar geleden. Van ‘waarom moest mij dat overkomen’ tot ‘ik hoop dat het jou niet overkomt’. Sergio heeft gelijk. Het is verschrikkelijk. Maar dit verdriet geeft hem straks sterke vleugels voor een nieuwe vlucht in een rijker luchtruim.

Een kind zonder soldaatjes

Onze jongste zoon Ellis is ziek. Het kon niet gewoon goed gaan met nummer drie*. We hebben dat aan niks verdiend. Pech met grote P, meer niet. Het is wat het is -‘tiwatati’. Ik heb er hier eerder nog niet over verteld terwijl we de diagnose nu een jaar kennen. Ellis lijdt aan auto-immune neutropenie of AIN.

Wat is auto-immune neutropenie?

AIN is een immunologische ziekte waar hij –normaal- zal uitgroeien. Ellis heeft een zwaar tekort aan neutrofielen: een specifieke soort witte bloedcellen die ons beschermt tegen slechte bacteriën. In kindertaal: er vechten zo goed als geen soldaten in zijn lichaam. Zijn beenmerg produceert de neutrofielen wel, maar zijn lichaam breekt die broodnodige cellen af (= auto-immuun). Burgeroorlog in zijn lijf dus.

Er bestaan medicijnen die de aanmaak van neutrofielen in het beenmerg stimuleren. Na een punctie bleek zijn beenmerg gezond, dus wordt dit gedoe van inspuitingen en metingen vermeden. Neutrofielen worden in het labo manueel geteld. Bij minder dan 500 van die cellen is het lichaam extreem vatbaar voor infecties. Helaas telde zijn bloed nooit meer dan dit aantal.

De luchtbel

Wat wij kunnen doen, is onze zoon zoveel mogelijk afzonderen van bacteriële broeihaarden: indoorspeeltuinen, zwembaden, drukke plaatsen, zieke mensen en … de opvang. Hij ging slechts drie maanden naar de onthaalmoeder, sinds vorige zomer is hij altijd thuis of bij oma.
Bij koorts moet zijn bloed gecontroleerd worden, een ritje heen -en niet altijd meteen terug- naar het ziekenhuis. Gelukkig bleven de opnames beperkt, want we zorgen goed voor hem.

Maar het is vaak lastig leven. We vinden het spijtig voor hem dat hij het entertainment van leeftijdsgenootjes moet missen. Moeilijk ook om zelf de opvang voor Ellis te organiseren. Maar het lukt: we puzzelen en maken compromissen. Mensen kiezen om te werken en worden soms gedwongen thuis te blijven. Onze maatschappij heeft daar te weinig begrip en vooral oog voor.

Bij onze mutualiteit (CM) polste ik vorige zomer of zij ons wat konden ondersteunen in de zorg voor onze zoon. Mochten we af en toe kunnen rekenen op de dienst Skoebidoe (een dag per week bijvoorbeeld) dan zou dat ons een meer comfortabele balans geven tussen werk en privé. Helaas: geen reddingsboei. Ellis is niet ziek genoeg om van de opvang voor chronisch zieke kindjes te genieten en anderzijds is hij te langdurig ziek om Skoebidoe in te schakelen. Ik pleit voor bredere zorg voor chronisch zieke kinderen. Wat wij meemaken is peanuts, gezinnen met grotere zorgenkindjes missen vaak hoekstukken om de zorgpuzzel te leggen.

Ik vond een grote Facebookgroep ‘neutropenian moms’. Vooral Amerikaanse moeders delen er hun ervaringen en ventileren, de Amerikaanse overdrive neem ik er bij. Toch is het fijn gelijkaardige verhalen te lezen. We blijven rustig, maar hopen dat Ellisje dit langzaam toch ontgroeit zodat hij in april de peuterklas op stelten kan zetten. Zonder soldaatjes. Met voldoende vechtlust. Go Ellis!

Ken jij iemand met een kind met dezelfde diagnose of zit je er zelf in? Laat het me zeker weten!

De leraar van het jaar denkt in alle kleuren

Geregeld kom ik een oud-leerling tegen, altijd fijn te vernemen welk pad ze zijn ingeslagen. Soms is dat eerder verrassend, want je had in hen iets anders gezien. Bilal, Khalid, Salah, Ibrahim of Najim dat zijn ook oud-leerlingen – van collega’s uit de hoofdstad.

Een oud-leerling op internationale opsporingsberichten zien prijken, hoe zou dat voelen? Als leraar bewandel je samen met jonge mensen het begin van dat pad. Je fungeert als hun GPS, op basis van hun interesses en talenten reik je hen richtingen aan die ze uit kunnen. Je geeft hen achtergrond, creëert referentiekaders waarop ze kunnen terugvallen. Maar wat als blijkt dat ze compleet andere, duistere routes nemen?

Ik denk vaak -en meer dan ooit- aan de leraar in de grootstad. Wie ben ik om een mening te hebben over hoe radicalisering moet worden aangepakt? Wie ben ik om te oordelen over de uitval van heel wat allochtone jongeren in ons reguliere onderwijs? Wie ben ik om te zeggen dat je nooit mag opgeven in het blijven richting geven? Ik, een leraar van zoveel kansrijke jongeren.

Tonnen respect heb ik voor alle collega’s die voor veel grotere uitdagingen staan dan het behalen van hun leerplandoelen. Het kost ongetwijfeld veel energie om dagelijks jonge mensen (en hun ouders) uit uiteenlopende werelden samen te brengen in hun gemeenschappelijke zoektocht naar kennis en zingeving.

“Education is the most powerful weapon which you can use to change the world.” (N.Mandela). Ik hoop dat men niet verder bespaart op onderwijs, het is de motor van onze samenleving. En als je de motor niet meer smout, dan zal het rijtuig blijven haperen.

Leraar van het jaar? Dat is elke leraar die in wit noch zwart denkt, maar in alle mogelijke kleuren. #onderwijswerkt

 

education

Eeuwige rust

Zelden kom ik er nog. Bij Scott. In de weken na zijn dood zat ik vaak in het gras voor zijn graf. Normale moeders dromen weg als ze hun wolkje in slaap wiegen. Ik zocht zijn plekje op om alles weg te huilen. Ik geloof dat hij is waar ik ben, dat troost. Daardoor dat ik nu minder nood heb aan een bezoekje dan toen. De weg naar dat inzicht is lang, maar precies blijvend.

Misschien denk ook jij wel eens over de dood. Misschien ook niet, want de dood is een raar beestje dat liefst goed op slot in een doosje wordt bewaard voor later… maar wat als later eerder komt? Ik dacht altijd dat ze me beter cremeren en dan in een kleurrijke urne begraven. Zoiets.

Scott leerde me opnieuw iets over dit leven en vooral over het einde ervan.
Toen hij stierf, stonden wij snel voor de keuze van begraven of cremeren. Zowel David als ik kregen het nog kouder bij het beeld van onze kleine baby die verbrand zou worden. Neen, dat was voor ons snel uitgesloten. Hem begraven was het alternatief. Konden we nog kiezen tussen het kinderkerkhof en een grafkelder. Omdat die engeltjes daar altijd mogen blijven liggen, opteerden we voor het eerste. Dat idee vonden we heel mooi: eeuwige rust.

Helaas hebben we nu spijt van onze beslissing. Al ligt dat aan de staat waarin het nieuwe kinderkerkhofje in Ieper zich bevindt. Een hobbelig en drassig grasperkje verstopt tussen oude, afbrokkelende graven in. Geen paadje ernaar toe. Je moet tussen twee graven in om het plekje te bereiken. Gelukkig staat er nog een prachtige oude eik die zich met z’n takken over die kleintjes ontfermt. Onze toekomst ligt begraven op een plek waar je allesbehalve bij kunt wegdromen. Er zou op z’n minst een paadje kunnen worden voorzien. Misschien wat aangelegd groen, zoals mooie wilde grassen. Ook een toegangspoortje lijkt me mooi, maar het moet zeker niet te klef. Er is toch geen ramp nodig om aandacht te besteden aan de vreselijkste hoek op een kerkhof (en aan het kerkhof in het algemeen)? Wordt hopelijk positief vervolgd…

Scott deed mij inzien dat niet ik moet beslissen over mijn laatste rustplaats, maar wel mijn naasten. Zij moeten de voor hen beste oplossing mogen kiezen om met de leegte om te kunnen. Uiteindelijk maakt dat voor mij niet meer uit in welke vorm ik op aarde blijf. Een beetje raar en akelig, maar uit ervaring heb ik geleerd dat je er best eens over nadenkt. De dood hoeft geen taboe te zijn, maar een deel van het leven.

 

Op naar de lente!

Woensdag sterft hij opnieuw. Vandaag een duidelijke knipoog uit de hemel. Ik weet exact wanneer de laatste échte winter ons land bezocht. 9 maart 2013 was een ijskoude dag met een zon twijfelend over haar aanwezigheid. Sneeuw is voor altijd onlosmakelijk verbonden met kleine Scott.

Drie jaar later gaat het wel. Ja, het gaat. Maar zoeven doet het niet meer. Het gaat, we doen het gaan. We pakken het leven al eens meer vast en omarmen het. Mijn leven uitzitten achter een gordijn van verdriet ligt niet in mijn aard. De kracht van de lach stuwt mij vooruit. Ik heb dromen en ik hol ze achterna. Een derde (+1) kind leek lang mijn ultieme geluk. Maar nu de baby uit Ellis groeit, wordt het duidelijk dat mijn droom daar niet in schuilt. Ik mag nog tien kinderen krijgen, altijd blijft er één te kort. De aanvaarding van het incompleet-zijn blijft lastig.
Soms raak ik nog eens verstrikt in een plots opduikende bol ellende. Je huilt, roept en tiert. En dan rol je de draad verdriet weer netjes op en verstopt ze in de hoop ze nooit nog terug te vinden.  Een kerstviering in december was genoeg om de kathedraal te ontvluchten en eenmaal buiten mijn tranen eenzaam weg te slikken. De geboorte zonder verjaardag in december luidt de tien weken in. De aanloop daar naartoe maakt mij het weekst, het verdriet sijpelt binnen en maakt haar nestje voor de winter.

Vanaf woensdag lonkt een nieuw seizoen. Blik op ontluikende knoppen, op warmere dagen. Net zoals de voorbije jaren ontsnappen we even aan de ratrace en staan stil bij wat belangrijk is. Dit weekend verkennen we Rotterdam (vorig jaar Parijs)!  Ik kijk uit naar de Hollandse happiness en geef er hier dan met plezier een verslagje over. Op naar de lente!

2016-03-07-09.21.49-1.jpg.jpg